BN'ers
Gisteren, 22:54
Maarten Spanjer heeft in gesprek met De Telegraaf voor het eerst openhartig gesproken over de dubbele kankerdiagnose die hij heeft gehad. Bij de 73-jarige acteur en schrijver werden blaas- en prostaatkanker ontdekt.
"Gedaan was het ineens met een heleboel dingen, ja. Ik lag er voordat ik het wist. ’We gaan een kamertje voor u vrijmaken’, kreeg ik te horen. Blaas weg, prostaat weg. Nou, dan weet je wel ongeveer wat dat betekent. Maar goed, ik wil niet zeuren en klagen. Dat heb ik mezelf ook steeds voorgehouden als ik erover zat te schrijven. Daar ben ik trouwens in het ziekenhuis al mee begonnen. Ondanks de tragiek en ellende: niet zeuren", vertelt Maarten, strijdvaardig als hij is.
Het begon bij bloed plassen en eindigde met een zware behandeling. Zaterdag is zijn eerste stuk als columnist in de ochtendkrant te lezen en daaruit blijkt wel dat hij de gevolgen van de ziekte heeft geaccepteerd. "Dat moet wel. Zeg maar ja tegen een plasstoma is de titel van de eerste column. Je kunt ook niets anders. Natuurlijk is het wennen aan het idee, maar de gedachte ’waarom ik?’ is bij mij taboe. ’Waarom ik níet?’ kun je ook vragen. Als je 74 wordt, moet je op een dag toch iets krijgen. Maar die eerste dagen word je in je kamer, terwijl je ligt bij te komen van de operatie, ineens vooral teruggeworpen op dromen en herinneringen. Aangevuld met nieuwe ervaringen komen de verhalen vanzelf."
Tijdens alle ziekenhuisbezoekjes had Maarten, die onder meer bekend is van Taxi, nog een partner aan zijn zijde, maar de relatie is inmiddels stukgelopen. Toch is zijn ex er nog steeds voor hem. "Ja, maar ik moet zeggen: dat was ze de afgelopen jaren vaker. In elk geval was ik zonder haar die zwaarste fase niet doorgekomen. Dat is echt zo. En misschien komt het op een of andere manier wel wéér goed tussen ons. Laat ik er daarom nu niet al te veel over zeggen."
De medici blijven Maarten monitoren. "Maar ik voel me goed. Ik heb wat minder energie, maar dat past misschien ook wel bij m’n leeftijd. Ik kom ook weer onder de mensen. En dan hoop ik niet dat ze van die teksten hebben als: ’Wat erg voor je, ik leef zó met je mee.’ Of: ’Ik heb er niet van kunnen slapen toen ik het hoorde.’"



