Prins Harry heeft zijn gevoel rond het overlijden van zijn moeder, prinses Diana, jarenlang onderdrukt. "Ik huilde niet toen ik hoorde dat mijn moeder was overleden, alleen bij haar begrafenis, maar daarna bijna twintig jaar niet meer", vertelt hij in een les van onlineplatform MasterClass, die donderdag verscheen. "Ik was vergeten hoe mijn moeder klonk..."
"Ik was ervan overtuigd dat dat kracht was, maar dat was het niet. Het was een 12-jarige jongen die geen toestemming nodig had om in te storten en geen idee had hoe hij moest genezen." Het onderdrukken van gedachten aan zijn moeder bracht volgens de Britse prins het pijnlijke gevolg met zich mee dat ook de goede herinneringen aan Diana vervlogen. "Ik was vergeten hoe mijn moeder klonk. Ik was haar lach vergeten. Ik kon me niet echt voorstellen hoe ze eruitzag zonder een foto van haar te bekijken", vertelt hij.
Harry kreeg uiteindelijk hulp van een therapeut, die hem aanspoorde op zoek te gaan naar het parfum van zijn in 1997 overleden moeder. "Het was alsof ik naar een andere tijd werd getransporteerd. En het opende deuren naar alles wat voorheen op slot zat."
In de MasterClass-les benadrukt Harry het belang van het krijgen van professionele hulp. "Een van de belangrijkste dingen die ik aan therapie heb gehad, was de toestemming om te rouwen." Volgens de zoon van koning Charles ervoer hij het effect van therapie dan ook snel. "Ik heb in twee of drie sessies meer over mezelf geleerd dan in twintig jaar tijd", aldus de prins. Hij leerde naar eigen zeggen hoe hij rouw moest accepteren en erkennen "dat het oké was om te rouwen".
Harry vertelt ook over gelukkig zijn, wat voor hem een schuldgevoel richting zijn moeder met zich meebracht. "Ik had het gevoel dat ik verdrietig moest zijn en emotioneel verdoofd moest blijven om haar te bewijzen dat ik haar miste." Uiteindelijk ontdekte de prins dat Diana zou willen dat hij gelukkig was. "Dat was een enorme mentale omslag voor me. Het bevrijdde me en gaf me een compleet andere kijk op het leven", vertelt hij in het gesprek met neurowetenschapper Mary-Frances O'Connor.